Blogs Persoonlijk Werk

Mijn hart wil meer dan ik aan kan

11 september 2019

Het idee voor deze blog ontstond afgelopen zaterdag. Ik had een strategiedag met het bestuur van Weet, vereniging rond eetstoornissen. Een intensieve en waardevolle dag waar niet alleen ruimte was om inhoudelijk het gesprek met elkaar aan te gaan, maar ook om stil te staan bij onze dromen, wensen en grenzen.

Voelbaar werd deze dag met hoeveel liefde en bevlogenheid elke bestuurslid zich inzet voor onze achterban; mensen met een eetstoornis en hun omgeving. Dat kwam echt binnen en ontroerde me. Ook míjn hart heeft veel te geven. Echter meer dan ik mentaal en emotioneel kan dragen. Dat inzicht viel me deze dag binnen en deed en doet me pijn. Ik kan vanuit mijn hart nog zoveel willen doen en nog zoveel hebben te geven, ik heb zo mijn grenzen. Grenzen die ik lastig vind om te verdragen wanneer ik ze tegenkom. En vooral ook om ze te erkennen. Niet alleen in relatie tot mijzelf, maar ook naar anderen en in dit geval richting mijn collega bestuursleden. Ik moest erkennen dat ik niet meer van mijzelf kan geven dan ik op dit moment doe binnen mijn bestuursfunctie.

“Helemaal prima toch, wat goed dat je je grenzen aangeeft, je doet al genoeg en meer is dus niet nodig.” Ik hoor het ze denken. En ja, dit is allemaal waar en ik kan het me allemaal bedenken. Het frustreert en irriteert me echter mateloos. Ik wil ze niet voelen. Hierin komt mijn eigen-wijsheid naar boven. Goed voor jou als lezer om te weten is dat het thema grenzen / begrenzen ook buiten deze bestuursfunctie speelt.

Ik besef me heel goed dat onder mijn frustratie en irritatie mijn innerlijke criticus schuilgaat. Die hardnekkige stem die vindt dat ik alles moet kunnen, geen zwakheid mag tonen, niet op mag geven en dus vooral door moet zetten. Ook al doet dat pijn en gaat het ten koste van mijzelf. Maar hoe helpend is het schrijven van deze blog. Want al schrijvend besef ik mij dat dit niet mijn stem is. Nee, het is mijn oude turntrainer die lak had aan mijn fysieke en emotionele grenzen. Een trainer van wie ik op de brug moest blijven trainen ook al had ik mijn handen vol blaren, een trainer die mij vele malen liet weten dat ik me moest verbeteren, een trainer die kon doen en zeggen wat hij wilde. Ik luisterde toch wel, want ik was té bang om zijn aandacht te verliezen en niets meer te betekenen. Vanuit volwassen oogpunt zou ik hem een dictator hebben genoemd, maar voor mij als kind was hij heilig.

Eenmaal gestopt met turnen op mijn elfde / twaalfde had ik niet geleerd om mijn doelen op een ontspannen en liefdevolle wijze te bereiken. Ik werd mijn eigen dictator. Eerst op het vlak van mijn omgang met het leren en studeren (faalangst en perfectionisme stonden op de voorgrond) en later kreeg ik de eetstoornis er ook nog bij cadeau. Waar je aan gewend bent, is soms vertrouwder dan een onbekende nieuwe weg in te slaan. Gelukkig ben ik in staat geweest om hierin het tij te keren en is het me dankzij vele behandelingen en levenservaringen gelukt om een meer ontspannen en liefdevolle band met mijzelf op te bouwen.

Echter, rondom het voelen van mijn grenzen heb ik nog wel wat werk te doen, is wat ik merk. Ik zei deze week nog tegen een collega PMT’er: “blijf met je hart werk en voorkom hard werken. Wanneer ik zelf hard ga werken, verlies ik mijn hart. En dat voelt als dubbel pech. Kan ik vanwege mijn grenzen mijn hart al niet volop de ruimte geven, raak ik hem ook nog kwijt doordat ik over mijn grenzen ga.

Tsja…. grenzen…. Ik weet het niet hoor…. Nou ja, dat is onzin, ik weet het heel goed. Nodig is het tonen van liefde en mildheid voor mijn grenzen en aanvaarden dat hetgeen wat ik binnen mijn grenzen onderneem ook helemaal oké is. En dat betekent keer op keer de onzekerheid en spanning opzoeken als ik een keuze maak die daar bij past en indruist tegen de patronen waar ik nu nog in zit. Ik hoor het me zeggen tegen mijn cliënten. En net als zij ben ik ook mens. Een mens met kwaliteiten en valkuilen.

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply