Blogs Persoonlijk

Januari 2001: “Dag Yvette, ik kom je helpen gelukkiger te worden. Liefs, de eetstoornis.”

3 september 2019

Regelmatig krijg ik vanuit diverse ‘hoeken’ vragen over het moment dat de eetstoornis zich bij mij openbaarde en wat daaraan vooraf ging. Ik begrijp deze vragen erg goed, want het is toch best intrigerend, een eetstoornis? Dat vind ik in ieder geval wel, ondanks dat ik er jaren zelf mee heb geworsteld. En ik weet ook nog heel goed dat ik dat ook al vond voordat ik zelf een eetstoornis had. Want een half jaar voordat ik zelf ging rommelen met eten zei ik tegen mijn moeder: “Mam, moet je artikel eens lezen, dit meisje eet niet tot nauwelijks meer, hoe dan?!” Ik kon me er niets bij voorstellen. Totdat ik een half jaar later net als dat meisje steeds minder ging eten, meer bewegen, rare fratsen uithaalde met als gevolg een langdurige eetstoornis….

Mogelijk heb je al meer over eetstoornissen gelezen, heb je zelf een eetstoornis of ken je iemand die hier last van heeft. In dat geval weet je dat een eetstoornis zich nooit zomaar ontwikkelt. Hierbij spelen een verschillende risicofactoren een rol. Het gaat te ver voor deze blog om hier een meer algemene uitleg over te geven. Wil je hier toch meer over weten, dan verwijs ik je naar de website van de Nederlandse Academie Eetstoornissen.

Ik zal hieronder vooral vertellen over de maanden voordat ik ging rommelen met eten, het moment waarop ik besloot dat ik af wilde / moest vallen en de maanden daarna. Dit zal ik doen aan de hand van fragmenten uit een dagboek waarin ik destijds schreef:

1. De maanden voordat de eetstoornis mijn leven insloop

07-09-2000: “Vandaag had ik mijn eerste bijna stressaanval. Jemig, wat moeten we dit jaar veel doen. Ik zie het echt bijna niet meer zitten op school.”

17-09-2000: “Ik ben op dit moment verdrietig en ik heb de tranen in mijn ogen staan. Ik heb gekeken naar wat ik na mijn VWO-examen wil gaan doen. En nu weet ik het helemaal niet meer. Ik vind het zo’n grote stap. Je moet zoveel kunnen en kennen. Ik zie er enorm tegenop. Ik wil ook niet op kamers worden en straks moet dat wel. Ik ben zo verlegen en ik wou dat ik dat niet was. Dat is echt kl#te. En dan moet ik morgen ook weer naar school. Ik vind dat echt een ramp.”

18-09-2000: “Ik was zo blij met mijn idee voor handvaardigheid en nu moet het nog uitgebreider en ingewikkelder. Ik schoot direct in de stress en raakte in paniek. Ik schaamde me dood voor meneer Laferte. Ik vind dit zo slap van mezelf. Ik moet leren tegen tegenslagen te kunnen, want het zal vast wel goedkomen. Ik hoop zo dat dit jaar mijn faalangst niet de overhand op school krijgt! Ik durf mijn angsten echt niet tegen papa en mama te zeggen, want dat vind ik een te grote afgang. Ik heb hier al sinds de 2eklas last van en het moet nu maar eens over zijn. “

10-10-2000: “Ik ben verdrietig. Ik heb net aan mama verteld dat mijn faalangstbegeleidster op school mij het advies heeft gegeven om met een maatschappelijk werkster of psycholoog te praten over mijn onzekerheid en verlegenheid. Er kwamen heel veel emoties en ben naar boven gerend. Heb mijn verhaal dan ook niet afgemaakt tegen mama. Daarom ben ik nu ook verdrietig. Ik durf alleen niet meer naar beneden te gaan. Nu blijkt dat de pijn in mij toch wel diep zit en het liefst wil ik het wegstoppen. Zo van ‘ik heb het niet’. Toch moet ik er misschien maar aan geloven. Ik wil zo graag een frisse nieuwe start maken op mijn nieuwe opleiding. Zodat ik daar gewoon mezelf kan zijn zonder me af te vragen wat anderen van me vinden. Ik wil niet bang zijn om geen nieuwe vriendinnen te krijgen etc etc.”

24-10-2000: “We hebben zonet gegeten en net als altijd wordt er niet veel gezegd. Erg ongezellig. Ook deze keer werd er weer gebekvecht. Iedereen had commentaar op elkaar. Daar kan ik helemaal niet tegen. En ook nu krijg ik weer te horen dat ik altijd zo chagrijnig ben. Dat ik nergens tegen kan. Zo ben ik nu eenmaal. Ik ben niet zo los als mijn zus. Ze verwijt me dat ik moet doen zoals anderen van mijn leeftijd. Wat bedoelt ze daarmee? Elke week uitgaan? Spijbelen zoals zij eindeloos doen? Geen huiswerk meer maken? Wat moet ik daarmee? Zo ben ik gewoon niet. Ik voel me thuis gewoon helemaal niet fijn.”

07-11-2000: “Gatverdamme, wat is dit rot. Ik ben de afgelopen dagen steeds zo paniekerig. Ook om stomme kleine dingetjes. En ik ben zo ontzettend bang. Bang voor mijn examens, bang voor mijn nieuwe studie, bang om op kamers te gaan, bang om dan te vereenzamen, bang nooit een partner te vinden, bang voor alle dingen die ik straks zelf moet regelen en vast niet kan, bang dat ik tijdens mijn studie ook alleen maar aan het leren ben en helemaal geen leuke dingen doe. Ik ben gewoon bang voor de toekomst. Ik voel me zo rot. Ik kan nergens meer tegen. Om het minste geringste moet ik huilen. Ik voel me zo machteloos. Op dit moment wil ik even helemaal niets meer. Ik word helemaal gek van mezelf. En mijn concentratie is echt tien x niets wat niet echt fijn is met leren en het volgen van de lessen. Zo bang dat ik hierdoor allemaal onvoldoendes haal! Nog steeds blijf ik ’s avonds maar doorgaan met leren terwijl ik zo ontzettend moe ben. Verder nog één gedachte waar ik erg van ben geschrokken. Ik had zoiets van ‘wat een rotleven, waarvoor leef ik eigenlijk, straks ben ik toch dood.’ En ben ik nog wel te redden? Ondertussen heb ik gesprekken met zoveel personen over de problemen waar ik tegenaan loop…”

2. De dag waarop de eetstoornis zijn hand naar mij uitstak

12-01-2001: “Deze dag ging ik met mijn vader naar Groningen voor de medische keuring , als onderdeel van de toelatingsprocedure voor de ALO (Academie Lichamelijke Opvoeding). Daar werden heel veel testen gedaan en medisch ben ik in orde. Maar toen kwam het meten van mijn vetpercentage en die was te hoog. Ik moet dus afvallen, drie kilo werd aangegeven. En daar ben ik nu, 22 januari, heel erg mee bezig. Ik ben fanatiek aan het hardlopen, ik eet niet zoveel meer en snoep al helemaal niet meer. Het afvallen gaat alleen niet goed. Ik ben nog maar een halve of hele kilo afgevallen. En dat is heel erg frustrerend, kijkend naar alles wat ik ervoor doe. Ik sta, laat ik even heel eerlijk zijn, elke ochtend en avond op de weegschaal. Ik weet dat het fout is, maar ik kan het niet laten. Misschien moet ik mijn moeder hem wel laten verstoppen, want ik word hier zo ongelukkig van. Ik hoop dat de kilo’s er snel af zijn en dat ik dat gewicht dan makkelijk vast kan houden. Want ik vind het helemaal niet leuk om niets lekkers meer te mogen eten.”

3. En al snel bleek dat de eetstoornis mij volledig in zijn greep had

28-01-2001: “Ik word gek van mezelf. Ik ben alleen maar met afvallen bezig en ik kijk de hele dag door naar mijn buik en of deze al minder dik is. Ook loop ik elke dag hard. Soms sta ik op de weegschaal en ben ik twee ons aangekomen. Daar baal ik dan zo van en dan ga ik nog minder eten. Soms eet ik alleen maar mijn ontbijt en avondeten en meer niet. Ik ben ook steeds sneller vol. Dat geeft helemaal niets, dat is alleen maar voordelig!”

26-07-2001: “De afgelopen maanden heb ik niets meer geschreven. Wat ik je oa. moet vertellen is dat ik anorexia heb gehad. Nou ja, nog steeds heb. Maar niet zo duidelijk meer hoor. Ik eet alweer aardig wat, maar heb nog wel heel erg veel last van anorectische gedachten en compensatiegedrag. Zo denk ik dat ik van elke hap eten een kilo aankom. Dan walg ik zo van mezelf. In de afgelopen maanden ben ik 13 kilo afgevallen en ondertussen is er 1 kilo bij. Echt zo niet leuk, maar ik moet wel. Anders houd ik het straks op de ALO niet vol en dat zou ik mezelf nooit vergeven. Zo ook niet wanneer ik hierdoor nooit meer ga menstrueren. Dan kan ik wellicht geen kinderen krijgen. Ik ben namelijk al zes maanden niet meer ongesteld. Dan klopt er toch iets niet hè. Verder heb ik bloedarmoede waarvoor ik pillen moet slikken, want ik ben regelmatig duizelig. Verder valt mijn haar uit. Dat probeer ik echt te verbergen voor mijn ouders. Doordat ik zoveel ben afgevallen ben ik veel energie en kracht verloren waardoor ik ook niet meer kan sporten.

Vandaag ben ik ook bij een diëtiste geweest. Een heel aardige vrouw die gelukkig rekening met mij wil houden. Ik heb met haar een streefgewicht afgesproken. Ik weet dat ik daar naar toe moet werken vanwege de ALO, maar ik wil niet. Ik blijf het liefst op dit gewicht, zo licht ben ik nu ook weer niet. En mijn buik is helemaal te dik. Dan kunnen anderen wel zo mooi zeggen dat ik te licht ben, dikke doei! Ik heb een eetschema gekregen. Echt veel te veel. Ik moet nu nog meer eten dan voor mijn eetstoornis. BAH BAH BAH. Het liefst houd ik me niet aan de gemaakte afspraken. Maar anderzijds wil ik dat wel. Ik wil weer gewoon kunnen eten zonder nadenken en niet meer bezig zijn met gezette tijden, of ik wel of niet vol zit, wat ik al heb gegeten of nog moet/ga eten. Was ik maar nooit begonnen met lijnen!!!

Hoe ik nu naar bovenstaande kijk…

Ik schrik nog altijd als ik mijn dagboeken van mijn puberjaren lees. Tevens is er ongeloof; ‘Gaat dit echt over mij? Diep van binnen weet ik dat het antwoord 100% ‘ja’ is. Toch staat het in schril contrast met het beeld wat velen van mij hadden in deze jaren; spontaan, lief, betrokken, sociaal, zorgzaam, enthousiast, intelligent en zeer sportief. En ja, dat was (en ben) ik zeker ook. Deze lichte kant ging hand in hand met de zware kant en ze hielden elkaar in evenwicht. Maar met de jaren werd de zware kant wel steeds zwaarder. Ik was niet gelukkig. Dat werd meer en meer voelbaar.
Toen ik moest afvallen om toe te worden gelaten voor de ALO en ik de eerste kilo’s afviel, kreeg ik hoop op een gelukkiger leven. Ik schrijf hierboven al over de vele angsten die ik als puber had. Ik kreeg vanuit daar gedachten als ‘als ik maar dun ben maak ik makkelijker contact, hoor ik er wel bij, krijg ik mogelijk wel een vriendje, krijg ik meer zelfvertrouwen, voel ik mij sterker. Helaas is dat achteraf vanuit gezond oogpunt bekeken een grote denkfout geweest.
Echter, op dat moment en nog heel lang daarna was ik in de ban van de ‘schijn-‘ controle, geluk, kracht, macht, vertrouwen en veiligheid die de eetstoornis me bood. Mijn gezonde stem zei op 26-07-2001 tegen mij “Was ik maar nooit begonnen met lijnen!!!” Maar de stem van de eetstoornis was spijtig genoeg vele malen sterker. En dat maakte de last van de eetstoornis lange tijd niet erg genoeg met als gevolg dat ik geen hulp aanvaarde. Gelukkig gebeurde dit later wel.
Ook begrijp ik nu heel goed dat ik in de periode dat de eetstoornis zich openbaarde iets nodig had om me op de focussen, me wel ‘goed’ en sterk door te voelen. Ook miste ik bescherming en veiligheid binnen een wereld die door mij als onveilig werd ervaren. Ik schat in dat wanneer de eetstoornis me dit niet had geboden ik mogelijk wel in een depressie was beland. In dat opzicht heeft de eetstoornis ervoor gezorgd dat ik op de been bleef en in het leven bleef staan. Al vraag ik me achteraf ook vaak af hoe ik dat in hemelsnaam heb gedaan…

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply